Het Zandstuvebos, gelegen tussen Vroomshoop en Den Ham, kent een geschiedenis die nauw verbonden is met het landschap van zandverstuivingen en heidevelden. Oorspronkelijk bestond het gebied uit schrale, open gronden met stuivend zand. De naam Zandstuve verwijst naar deze vroegere zandverstuivingen (“stoven”), die kenmerkend waren voor delen van Twente en het Vechtdal.
Van heide naar productiebos
In de 19e en het begin van de 20e eeuw werden grote delen van de woeste gronden ontgonnen en bebost. Dit gebeurde enerzijds om verdere verstuiving tegen te gaan en anderzijds voor houtproductie. Er werden met name snelgroeiende naaldboomsoorten aangeplant, zoals grove den en later ook douglasspar. In die periode had het bos vooral een economische functie: hout was nodig voor mijnbouw, bouw en gebruiksvoorwerpen.
In de loop van de 20e eeuw veranderde de visie op het gebied. Waar het bos eerst vooral een productiebos was, groeide het besef dat het ook een belangrijke ecologische en recreatieve waarde heeft. Geleidelijk verschoof het beheer daarom richting natuurontwikkeling en biodiversiteit.